Repatriëring van een rusthuisbewoner
Deze informatie ondersteunt een individueel transportdossier en vervangt geen beoordeling of behandeling door de verantwoordelijke arts.
Vergelijk met het gewone functioneren
Vraag het rusthuis hoe de bewoner vóór de reis liep, communiceerde, at en medicatie gebruikte. Dat referentieniveau helpt om tijdelijke achteruitgang na ziekte of opname te herkennen.
Leeftijd of woonvorm alleen bepaalt het vervoersniveau niet; actuele toestand en benodigde zorg zijn leidend.
Medicatie en zorgplan samenbrengen
Gebruik één actuele lijst met vaste en zo nodig medicatie, allergieën en tijdstippen. Noteer wondzorg, incontinentiezorg, dieet, slikadvies en hulpmiddelen.
De vertrekzorg bevestigt de laatste toediening; het rusthuis weet vóór aankomst welke volgende zorg nodig is.
Mobiliteit en cognitieve ondersteuning
Plan rolstoel, tillift, transferhulp en positionering op basis van het werkelijke niveau. Bij dementie of verwardheid helpen rustige uitleg en een vertrouwd aanspreekpunt.
Familie kan steun bieden, maar vervangt geen professionele observatie of tilhulp.
Terug naar dezelfde kamer of andere zorg?
Controleer of het rusthuis de bewoner opnieuw kan ontvangen en of de kamer en personeelszorg geschikt blijven. Soms is eerst ziekenhuis- of revalidatiezorg nodig.
De accepterende zorgschakel, het aankomsttijdstip en de toegang tot het bed worden vóór vertrek bevestigd.
Warme overdracht
De begeleider draagt medische samenvatting, medicatie, observaties en persoonlijke hulpmiddelen rechtstreeks over. Veranderingen tijdens de reis worden mondeling en schriftelijk gemeld.
Zo eindigt de repatriëring niet aan de ingang, maar wanneer de rusthuisbewoner veilig in de voorbereide zorg is opgenomen.