Repatriëring vanuit intensieve zorgen
Deze informatie ondersteunt een individueel transportdossier en vervangt geen beoordeling of behandeling door de verantwoordelijke arts.
ICU-transport begint met directe artsenoverdracht
Een patiënt op intensieve zorg vraagt recente diagnose, hemodynamische en respiratoire toestand, infusen, medicatie, beademingsinstellingen en verwachte interventies. Vertrek- en transportarts bespreken dit rechtstreeks.
Een samenvatting van gisteren is onvoldoende wanneer ondersteuning of toestand intussen gewijzigd is.
Stabiliseren voor de gekozen route
Transport voegt beweging, beperkte ruimte en overdrachtsmomenten toe. Het team beoordeelt of luchtweg, circulatie, sedatie, drains en lijnen gedurende de hele keten beheersbaar blijven.
Bij nieuwe instabiliteit wordt vertrek uitgesteld en lokaal behandeld. Beschikbaarheid van een toestel bepaalt niet de medische geschiktheid.
Apparatuur en reserve
Monitor, ventilator, pompen, zuurstof, zuigvoorziening, stroom en reserveonderdelen worden op patiënt en route afgestemd. Batterij- en zuurstofberekening omvat alle grondfasen en vertraging.
Apparatuur wordt vóór vertrek getest en veilig bevestigd, met toegang voor noodzakelijke interventie.
Overdrachten beperken en oefenen
Iedere wissel tussen bed, ambulance en vliegtuig verhoogt complexiteit. Rollen, lijnen, kabels en volgorde worden vooraf besproken.
De klinische verantwoordelijkheid blijft expliciet benoemd totdat het volgende team patiënt en informatie heeft overgenomen.
ICU-bed in België
Het ontvangende intensive-carebed en de accepterende arts zijn vóór vertrek bevestigd. Zij ontvangen de actuele toestand, microbiologie, behandeling en verwachte aankomst.
Bij aankomst worden veranderingen, toegediende middelen en technische gebeurtenissen onmiddellijk overgedragen, zodat intensieve zorg zonder onderbreking doorgaat.